Stichting Zet vraagt aandacht voor rolstoelers in de bus

"Sinds 2012 moet 98 procent van de bussen toegankelijk zijn voor gehandicapten, maar dat streven halen de vervoerders niet", aldus Trouw (artikel op 31 mei 2017). Stichting Zet, een organisatie die actief is op het gebied van leefbaarheid, participatie, toegankelijkheid en zelfredzaamheid, vraagt hier aandacht voor. Deze organisatie wil samen met de vervoerder komen tot toegankelijk vervoer, passend bij de wensen van deze doelgroep én met begrip voor de uitdagingen waar vervoerders voor staan.

Al vele jaren is Stichting Zet betrokken bij het toegankelijk maken van het Openbaar Vervoer voor mensen met een beperking. De organisatie schreef mee aan landelijke richtlijnen voor bushaltes, adviseerde provincies en vervoerders over beter toegankelijke voertuigen en schoolde chauffeurs in het vervoeren van reizigers met een beperking. Via de training ‘Gastvrij Vervoer’ werden tussen 2010 en 2014 ruim 5500 beroepschauffeurs van Connexxion. Arriva, Veolia en Syntus geschoold in het gebruik van de rolstoelplank en het omgaan met reizigers met een beperking. Mede door de inzet van vrijwilligers met een functiebeperking werd aan de chauffeurs een voor hen nieuw thema aangereikt. "Het was zeer nuttige informatie die ik goed kon gebruiken. Mede door de praktische tips van zowel de trainer als de vrijwilliger ben ik door een heel andere bril naar mijn bus en naar de reizigers gaan kijken", meldt een cursist.

Rolstoel en kinderwagen
Praktisch alle voertuigen in Nederland zijn ingericht om rolstoelen te kunnen vervoeren. Het niet functioneren van de rolstoelplank wordt vaak als excuus gebruikt. Maar aangezien de meeste bussen uitgerust zijn met een handmatig te bedienen plank is dit in de praktijk zelden de echte reden. Hier komen fysieke en sociale toegankelijkheid samen. Het hebben van een voorziening alleen is niet voldoende. Er moet door de chauffeur ook gebruik van worden gemaakt. Het niet gebruiken van de plank, of nog erger, gewoon doorrijden is vanaf de invoering van het VN-verdrag van de rechten van mensen met een beperking een overtreding. Zet weet uit ervaring dat het voor veel chauffeurs in eerste instantie lastig is om met hun handelingsverlegenheid om te gaan. Diverse cursisten gaven voorafgaand aan een training aan dat ze het wat ‘eng’ vinden om in contact te treden met reizigers met een beperking.

Begrip voor ieders standpunten
Natuurlijk is er ook bij Zet volop begrip voor het punctueel rijden van de lijndiensten. Chauffeurs geven aan dat zij een strak tijdschema moeten afwerken of anders sancties kunnen verwachten vanuit de vervoerder. Hetzelfde begrip is er voor de vervoerder die binnen de toegewezen concessie zich ook moet houden aan de afspraken. Toch moet niet de reiziger met een beperking gemangeld worden in dit geheel. De tijd die volgens vervoerder en chauffeur nodig is om rolstoelers mee te nemen wordt enorm overdreven. Het gebruik van de rolstoelplank is – zeker na scholing – slechts een kwestie van hetzelfde tijdverlies als bij een kleine verkeersopstopping. Zet adviseert de vervoersmaatschappijen om dit aspect veel beter in te bedden in de scholing van hun chauffeurs. Ook het vooraf checken van de voorzieningen voor reizigers met beperkingen (de rolstoelplank, de gesproken routeinformatie voor blinden en slechtzienden, de displays voor doven en slechthorenden) wordt in de training meegenomen. De cursisten gaven soms vele jaren later aan dat ze nog steeds deze handelingen uitvoeren om zo toegankelijk mogelijk de weg op te kunnen. Met deze of een andere chauffeur die daarna ‘gastvrij vervoer’ aan alle reizigers aanbiedt wordt het OV in Nederland snel verbeterd.

Het artikel over de ontoegankelijkheid van de bus voor mensen in een rolstoel dat Trouw publiceerde op 30 mei 2017 is hier te vinden.

Foto: Zet